1 

EXXON EN PARTNERS HEBBEN AL RUIM US$35,9 MILJARD AAN KOSTEN TERUGGEVORDERD UIT GYANESE OLIEPROJECTEN

EXXON EN PARTNERS HEBBEN AL RUIM US$35,9 MILJARD AAN KOSTEN TERUGGEVORDERD UIT GYANESE OLIEPROJECTEN

28 juli 2025 | united news | Door: Redactie

Foto: ExxonMobil Guyana-topman Alistair Routledge. |Bron: OilNow.

Het olieconsortium onder leiding van ExxonMobil, samen met Chevron (voorheen Hess) en het Chinese CNOOC, heeft tot eind het eerste kwartaal van 2025 al meer dan US$35,9 miljard aan investerings- en ontwikkelingskosten terugverdiend uit de offshore-olieproductie in het Stabroek-blok voor de kust van Guyana.

Dat

blijkt uit het meest recente kwartaalrapport van de Bank of Guyana. De terugvordering vond plaats onder de voorwaarden van een production sharing agreement (PSA), die het consortium toestaat tot 75 procent van de jaarlijkse olieopbrengst aan te wenden als zogenoemde cost oil. De overige 25 procent wordt als profit oil
gelijk verdeeld tussen de regering van Guyana en de drie oliemaatschappijen. Zolang het maximale percentage voor kostenrecuperatie volledig benut wordt, ontvangt Guyana dus 12,5 procent van de totale productie, plus 2 procent royalty over alle verkochte olie.

Het consortium heeft tot nu toe US$54 miljard toegezegd aan zes goedgekeurde projecten in

het Stabroek-blok. Drie daarvan — Liza 1, Liza 2 en Payara — zijn al operationeel en produceren samen bijna 700.000 vaten per dag. Het vierde project, Yellowtail, zal naar verwachting volgende maand starten met de productie, gevolgd door Uaru in 2026 en Whiptail in 2028. Elk van deze nieuwe projecten
mikt op een productie van 250.000 vaten per dag, waardoor de totale capaciteit kan oplopen tot meer dan 1,4 miljoen vaten per dag — een ongekende toename sinds Guyana’s eerste olieproductie eind 2019.

Volgens Guyanese functionarissen, waaronder vicepresident Bharrat Jagdeo, zal het aandeel van de overheid toenemen zodra de bulk van

de investeringen is terugverdiend. Zowel Jagdeo als ExxonMobil Guyana-topman Alistair Routledge verwachten dat dit kantelpunt mogelijk tegen het einde van de jaren 2020 bereikt wordt.

Zodra minder dan 75 procent nodig is voor kostenrecuperatie, komt een groter deel van de productie beschikbaar als profit oil, wat de overheidsinkomsten aanzienlijk zal verhogen.

Tegelijkertijd

zouden nieuwe investeringen die tijdlijn weer kunnen verlengen. Exxon heeft inmiddels milieugoedkeuring aangevraagd voor een zevende en achtste ontwikkelingsproject in het Stabroek-blok. Het bedrijf stelt dat versnelde productie niet alleen de bedrijfswinsten vergroot, maar ook blijvende economische waarde voor Guyana creëert — een visie die wordt gedeeld door de Guyanese
regering.

Volgens overheidsramingen kunnen de gecumuleerde kosten die worden teruggevorderd tegen eind 2025 oplopen tot meer dan US$45 miljard. De uitgaven voor Liza 1 (US$3,6 miljard), Liza 2 (US$6 miljard), Payara (US$9 miljard) en vrijwel het volledige budget van Yellowtail (US$10 miljard) zijn reeds gerealiseerd. De ontwikkelingen van Uaru en Whiptail,

elk met een geschat budget van US$12,7 miljard, zijn nog in volle gang.

REGIO

 

28 juli 2025 | united news | Door: Redactie


Contact onze redactie:

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.

Disclaimer

NICKERIENIEUWS.COM publiceert regelmatig ingezonden stukken van auteurs en andere media. Door deze website te gebruiken, gaat u akkoord met deze disclaimer. Wij streven ernaar om informatie en gegevens zo correct, volledig en nauwkeurig mogelijk weer te geven. Desondanks kunnen er geen rechten worden ontleend aan de verstrekte informatie. Wijzigingen en typefouten voorbehouden.

De uitgever aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit het gebruik van de website of uit onvolledige of onjuiste informatie. Columns en opinies weerspiegelen uitsluitend de mening van de auteur en niet die van de uitgever.

Publicatie houdt niet in dat de redactie de inhoud onderschrijft. Inzendingen worden alleen geplaatst als de bron bij ons bekend is. De naam van de afzender wordt onder het artikel vermeld, terwijl NAW- en e-mailgegevens niet openbaar worden gemaakt.

1